Een vooropgezet plan was het niet, om theater te gaan maken. Nee, ik zat op de Academie voor Beeldende Kunsten tenslotte. Dus dat was de bedoeling, beeldend kunstenaar worden. Dat het anders liep was toeval. Ik hield me niet aan het plan. Ik liet me meeslepen. Het begon nogal onschuldig, en onnozel ook, eigenlijk. Voor de kinderpartijtjes van mijn dochter speelde ik ieder jaar trouw een poppenkastvoorstelling. Dat stelde nou niet zo veel voor, al werd het wel ieder jaar iets uitgebreider. Tot er door een bevriende moeder gevraagd werd of ik dat niet ook op het kinderpartijtje van haar dochter wilde doen. Samen met haar. Dat was leuk en zo maakten we samen ook een volgende voorstelling, waar we uiteindelijk zóveel tijd, energie en creativiteit in hadden gestopt, waar met zóveel perfectionisme aan gewerkt was, met poppen, kostuums en rekwisieten, liedjes en een uitgewerkt script van een uur, dat het niet meer uit te leggen viel dat dat allemaal voor één kinderpartijtje zou zijn. We huurden een zaaltje, verzonnen een naam, zetten een berichtje in de krant dat we ieder tweede weekend een voorstelling zouden spelen en, geloof het of niet, dat werd een bescheiden succes. Volle zaaltjes. Al snel speelden we ieder weekend, soms zelfs twee keer, pakten eens een woensdagmiddag mee, werden geboekt op andere plekken. Poppenkast was het ook al snel niet meer want ik had ontdekt dat ik het veel leuker vond om ervoor te staan dan erachter te zitten. Zo maakten we vijf voorstellingen, het gezelschap groeide van twee naar vier spelers en werd aangevuld met een steeds wisselende groep muzikanten en andere entourage. Hoogtepunten waren ongetwijfeld het maandelijks Groot Boterwaag Kindercafé in Den Haag, en ons eenmalig succes op de Haagse Parade. Waarna Kindertheater De Dubbele Draak om verschillende redenen en zeer tot mijn teleurstelling uiteenviel.
Een tijdlang wilde ik niks van theater weten. Ik kreeg er trouwens twee zonen bij, werd huisman en had er ook helemaal geen tijd meer voor. Tot ik naar Noord-Holland verhuisde en door een leerkracht van de basisschool van mijn jongens verleid werd deel uit te komen maken van zijn Theaterwerkplaats. Daar werkte ik mee aan een aantal kindervoorstellingen en projekten, kreeg de smaak weer te pakken en kwam zo terecht in het bloeiend Noordhollands amateurtoneel. Speelde bij verschillende verenigingen, deed elders de regie en begon tijdelijk weer een eigen gezelschap, onder de naam De Reizigers.
Een tijdlang wilde ik niks van theater weten. Ik kreeg er trouwens twee zonen bij, werd huisman en had er ook helemaal geen tijd meer voor. Tot ik naar Noord-Holland verhuisde en door een leerkracht van de basisschool van mijn jongens verleid werd deel uit te komen maken van zijn Theaterwerkplaats. Daar werkte ik mee aan een aantal kindervoorstellingen en projekten, kreeg de smaak weer te pakken en kwam zo terecht in het bloeiend Noordhollands amateurtoneel. Speelde bij verschillende verenigingen, deed elders de regie en begon tijdelijk weer een eigen gezelschap, onder de naam De Reizigers.
***


De Koning Zonder Kroon was een voorstelling van de Theaterwerkplaats Alkmaar. Een barok gekostumeerde jeugdvoorstelling met veel liedjes op originele muziek, onder regie van Martijn ten Broeke. Het was een kolderieke bewerking van het gelijknamig kinderboek van Marianne Busser en Ron Schröder. Ik moet er wel bij zeggen dat ik daar nu, jaren later, pas achter kom, sorry. Waar ik dan trouwens ook meteen achter kom, is dat de titel inmiddels ook gekaapt is door Levina van Teunenbroek, die het zonder gêne toevoegde aan haar serie titels met zonder erin. Enfin, beter goed gejat dan slecht verzonnen, luidt het cliché. Speelde, vermoed ik, ergens 2007, 2006. De foto's zijn van Suzan Vermeulen.
***
Het Stapelbed was ook een voorstelling van de Theaterwerkplaats Alkmaar. Rond 2008, schat ik. Het script was door mij geschreven, oorspronkelijk voor mijn eigen kindertheater in Den Haag, waarmee ik het eerder ook gespeeld had. Toen deed ik zelf de vormgeving en de regie, nu waren die in handen van Martijn ten Broeke, waardoor het een heel andere voorstelling werd, met hetzelfde verhaal en dezelfde originele liedjes.
Een verhaal over Gido en Tien. En hun vader. Die het de hoogste tijd vindt om naar bed te gaan, voor zijn kroost. Zelf denkt dat daar natuurlijk heel anders over, ze waren namelijk net zo lekker aan het spelen. En ze zijn trouwens ook nog lang niet moe. Dus als ze dan uiteindelijk tóch in bed liggen, zoals dat gaat, kunnen ze zéker niet slapen. En terwijl vader zo zijn eigen gang gaat, verzinnen Gido en Tien samen een verhaal. Komen ze terecht in een land met een wrede koning, zoals je in sprookjesboeken wel ziet. Hun eigen sprookjesboek bijvoorbeeld. Een land waar niemand mag lachen, vindt Gido. Maar waar één dapper meisje tóch zingt, bedenkt Tien. Als dat maar goed afloopt. Maar dáár zijn ze het nog niet over eens.
***







