Schrijver

Op de middelbare school wilde ik journalist worden. Vanaf mijn dertiende, of zo, zat ik al dagboeken vol te schrijven en later, bij de jongerensoos, schreef ik hele gestencilde maandbladen vol. Verhalen, interviews, artikelen. En gedichten natuurlijk, ik was zeventien. Voor de School voor de Journalistiek werd ik een beetje onbenullig uitgeloot en het leven nam daarna een andere wending, zoals dat gaat, maar ik ben altijd blijven schrijven. Ben je dan een schrijver? Lijkt mij wel, al vind ik het natuurlijk wel weer een groot woord. Vele jaren later trouwens, wilde het toeval dat ik toch nog als tekstschrijver aan het werk kwam. Het was niet echt als de journalist die ik als jongen voor ogen had, maar ik werd er toch op uit gestuurd voor interviews en geschreven reportages. Het ging me niet slecht af, zeker niet, maar ik merkte ook dat ik er op een ander vlak misschien toch minder geschikt voor was. Ik voelde me net de verlegen journalist uit Minoes, die moest leren durven. Dat heb ik geloof ik nooit echt goed geleerd, durven. Maar ik schrijf wel. Ik schrijf, dus ik blijf.

***



Toen mijn oudste zoon geboren werd, werd ik de huisman, de huisvader in ons gezin. Mijn vrouw de kostwinner. Vanaf het begin, nog voor hij echt geboren was eigenlijk, begon ik van puur enthousiasme daar stukjes over te schrijven, die ik publiceerde op mijn eigen website. Het was eind jaren negentig, als je een beetje mee wilde tellen had je een website in die dagen. Ik noemde ze Huismannenpraatjes. Al snel publiceerde ik ze op verzoek ook op verschillende, inmiddels niet meer bestaande, huismannenplatforms op internet. In 2001 begon ik dan, met mijn tijd meegaand, een weblog met de titel Het Bewijs. De Huismannenpraatjes verzamelde ik in 2011 in een boekje, Een Baantje Van Niks geheten, dat ik in eigen beheer uitgaf via die laaienlichters van Blurb. Maar goed. Dit is de flaptekst:

Het leven als huisvader is helemaal zo slecht nog niet, vindt Jos van Venrooij. En hij kan het weten, want hij is het al járen: huisvader.
En gelukkig heeft hij altijd tijd genoeg overgehouden om er verslag van te doen. In columns, en op zijn weblog Het Bewijs, dat inmiddels tien jaar loopt en daarmee waarschijnlijk wel eens één van de langstlopende weblogs zou kunnen zijn.
De in dit boekje verzamelde columns zijn geschreven in de periode 1999 - 2001 en werden in dezelfde periode als huismannenpraatjes gepubliceerd op verschillende plekken op internet. Met vlotte pen beschrijft Jos van Venrooij het leven als huisman in een gezin met een hardwerkende vrouw, twee peuters en een deeltijdpuber.
Alledaags gedoe en herkenbaar lief en leed, altijd goed voor op zijn minst een glimlach.

Lezers over Een baantje van niks:

"Ik wist niet dat je zo leuk kon schrijven"
Je moeder

"Wij hebben uw boek met belangstelling gelezen"
De uitgeverij

"Levendiger dan foto's"
Je vrouw

***




Voor een opdrachtgever schreef ik dit boekje vol versjes en gedichtjes voor kinderen. Ik maakte er ook de illustraties bij. De vormgeving is van Chroma. Het verscheen in het magische jaar 2000 en werd door de opdrachtgever cadeau gedaan bij de aanschaf van een nieuw op de markt gebracht hoofdkussen voor kinderen. Als schrijver kreeg ik een flinke stapel present-exemplaren, die ik vol trots links en rechts kwistig uitdeelde, gesigneerd en al, tot ze na verloop van tijd op waren. Ik had nog één uit elkaar vallend exemplaar voor mezelf. Bij het googelen van mijn eigen naam, zoals iedereen dat wel eens doet, stuitte ik toevallig op mijn eigen boekje dat tweedehands maar in goede staat te koop werd aangeboden, voor € 7,50. Ik kocht het meteen, tevreden met het buitenkansje. Later stuitte ik, tijdens een nieuwe googelronde, bij precies hetzelfde online winkeltje opnieuw op mijn eigen boekje. Tweedehands. In goede staat, € 7,50. Nu vermoed ik dus dat het hoofdkussen voor kinderen geen doorslaand succes is geworden en dat de uitbater van het online winkeltje een werknemer van de opdrachtgever is, die een hele doos overtollig geworden boekjes mee naar huis heeft genomen. 

***



Middenin Den Haag staat het Pandercomplex. Een voormalige meubelfabriek van de naamgevende Pander meubelen. Later werden er zelfs een tijdje vliegtuigen gebouwd. De eerste nonstop vlucht naar toenmalig Nederlands Indië werd ondernomen door zo'n vliegtuig, de Panderjager. Maar, hoe spannend ook, daarover gaat dit boek niet. In de roemruchte jaren tachtig werd het complex na jarenlange leegstand gekraakt en na even lang overleg met de gemeente gered van de sloop en geschikt gemaakt voor bewoning. Meer dan tachtig sociale huurwoningen in allerlei vormen en maten. Dat kon toen nog. Van tweekamerwoningen voor alleenstaanden tot vijfkamer gezinswoningen, oudbouw en nieuwbouw, groepswoningen voor studenten, voor ouderen en woongroepen, atelierwoningen voor kunstenaars en kleine ondernemers. Een gemeenschappelijk binnenplein, een tuin en een eigen buurtcafé. Wat het nog bijzonderder maakt is dat de bewoners en gebruikers het complex, nog altijd, in eigen beheer onderhouden. Zelfbeheer op vrijwillige basis. Toen dat in 2000 tien jaar zo gegaan was maakte ik samen met twee andere bewoners een boek, waarin we er middels interviews met zo verschillend mogelijke bewoners achter wilden komen hoe dat tot dan toe was verlopen. En hoe dat zo'n beetje beviel. De vormgeving is van Sandra Christe, De Wijde Blik.

***



Voor een fabrikant van dekbedden, hoofdkussens en ander slaapcomfort schreef ik een aantal jaar achter elkaar een boekje dat gebruikt werd als eindejaarsgeschenk voor personeel en relaties. Dat was een leuke opdracht. Dit Van Hoogslapers & Twijfelaars is het eerste in de serie en kwam uit in 2001. Ik zat, vanwege de opdrachtgever, vast aan het thema slapen, dromen en wakker worden maar de vrijheid zit hem in de beperking dus dat maakte niet uit. Ik schreef een bloemlezing van teksten, fragmenten, artikelen, verhalen, gedichten en gevonden brieven en dossiers, die allemaal meer of minder zijdelings met dat thema te maken hadden. Met achterin een zeer geloofwaardige verantwoording van waar ik al die teksten gevonden zou hebben. Ik had er zelf veel plezier in in elk geval.

***



Het begon een keer met één versje. Ik schrijf graag versjes en ben altijd op zoek naar leuke invalshoeken. Zo had ik een keer een wesp doodgeslagen, die hinderlijk door de kamer zoemde. Maar toen ik die zo dubbelgevouwen zag liggen, vond ik dat eigenlijk weer zielig. Dat beest had mij tenslotte niks gedaan, die was gewoon op zoek naar de weg naar buiten, naar de vrijheid. Toen ik mij voorstelde hoe die wesp zich daaronder zou voelen zag ik daar een versje in: De verongelijkte wesp. Dat was de eerste. Later vroeg ik mij opeens af of écht álle mieren nou zo ijverig zijn als het spreekwoord en de dierenfabel beweren, of dat daar misschien ook klaplopers tussen zitten. Voor een versje leek het mij leuk van wel: De indolente mier. Toen had ik er twee, kreeg ik de geest en werd het een hele serie. In eerste instantie publiceerde ik die op mijn website onder de naam E-rix klein insectenboek. Later kreeg ik via via de mogelijkheid een selectie in een boekje te publiceren. Ik maakte er de illustraties bij. De vormgeving en de fotocollages zijn van Sandra Christe, De Wijde Blik.


Een pagina uit De Depressieve Regenworm.

***




Het tweede deel in de serie eindejaarsgeschenken voor de fabrikant van dekbedden en aanverwanten is een verzameling ontbijtrecepten. Recepten voor zelfgebakken brood en broodjes en zelfgemaakte jams, allen ingeleid met een kort verhaal met de betreffende jam of het betreffende broodje als thema. Ik maakte er voor dit boekje ook illustraties bij. De vormgeving is, zoals bij al deze boekjes, van Chroma. Het verscheen, zoals de oplettende lezer al had verwacht, in 2002.

***




In het kader van Ruimte voor de Rivier werd begin deze eeuw bij Bergambacht een bocht in de Lekdijk afgesneden. De oude dijk vervangen door een nieuwe, meer landinwaarts gelegen. Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om enig archeologisch onderzoek te doen in het stuk oude dijk dat zou verdwijnen. Ook werd technisch onderzoek gedaan naar de stevigheid van de dijk die er lag. Het archeologisch onderzoek leverde onder meer een vergeten, oude kademuur op. Als herinnering aan deze ingreep werd een beeld geplaatst, dat ontworpen en gemaakt werd door Mark de Weijer. De onthulling vond plaats in 2004. Als begeleiding verscheen een boekje waarvoor ik de tekst schreef, op basis van interviews met verschillende betrokkenen.

***